Historie

Het ontstaan van de Portugese gemeente van Toegoe gebeurde door evangelisatie van de Zeeuwse predikant Melchior Leijdekker, eigenaar van het landgoed Tjilintjing waartoe ook de streek Toegoe behoorde.

Dat was in 1673. Bij zijn evangelisatie werk kreeg Melchior Leijdekker hulp van de inheemse onderwijzer Domingus Pietersen. Deze was 2 jaar eerder aangesteld als leraar, in 1676 nadat een 40 a 50 gezinnen dit hadden verzocht.

Hoe en wanneer ontstond de Toegoenese Gemeenschap.        
Het ontstaan van de Portugese gemeente van Toegoe
gebeurde door evangelisatie van de Zeeuwse predikant
Melchior Leijdekker, eigenaar van het landgoed
Tjilintjing waartoe ook de streek Toegoe behoorde. Dat
was in 1673. Bij zijn evangelisatie werk kreeg Melchior
Leijdekker hulp van de inheemse onderwijzer
Domingus Pietersen. Deze was 2 jaar eerder
aangesteld als leraar, in 1676 nadat een 40 a 50
gezinnen dit hadden verzocht.
Gedurende deze periode groeide Toegoe uit tot een
inwonertal van 800.
Naast de school waar Pietersen les gaf, was er ook een
houten kerkgebouw waar de zondagse diensten werden gehouden.
De eerst Toegoenezen waren zogenaamde “Mardijkers”, een term die wij vrij kunnen
verklaren als ‘vrijburger’.
Waar de Mardijkers oorspronkelijk vandaan kwamen is niet te achterhalen. In een
reisverslag van een Chinees, Ong Thai, in 1791 verscheen het verslag: “Seranis (de
Chinezen noemde de Serani’s zwarte duivels)er is geen verklaring ontrent hun
voorouderlijke afkomst, maar onmiskenbaar horen ze bij Batavia, in welke stad ze
een kerk hebben”.
De term Serani komt van het Arabische woord Nasrani, wat Nazerener betekent. Met
órang Nasarani’ of ‘Serani’ worden Portugezen of Rooms Katholieken bedoeld.
Uit de geschiedenis weten we dat toen Batavia werd gesticht er in die stad een grote
groep Portugees sprekend mensen werden aangetroffen, afkomstig uit alle delen van
het vervallen Portugese rijk.(Macao, India, Malakka).
We mogen aannemen dat de Toegoenese voorouders multiraciaal zijn geweest. De
heterogene samenstelling van de gemeenschap vormde echter geen belemmering
om een eenheid te vormen.
Reeds toen bleek dat ‘eenheid in verscheidenheid’ heel goed mogelijk is bij de
Toegoenezen.Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.
Door politieke omstandigheden werd de Toegoenese gemeenschap min of meer
gedwongen te vertrekken uit Indonesië.
Met de boot vertrokken 26 gezinnen naar Hollandia in Nieuw-Guinea. Dit gebeurde
ongeveer eind februari en begin april 1950. Het vertrek van deze 26 gezinnen splitste
de gemeenschap in 2 delen.

In Hollandia werd het gemeenschapsleven weer hervat en
werden de tradities voortgezet in hun tegen de heuvel opgezette  dorp
Toegoe-Hollandia(APO kamp). Deze gelukkige jaren duurde tot de
overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië.
Opnieuw moesten de Toegoenezen weg, nu naar Nederland om dan verder te gaan naar Suriname. Het verblijf in Suriname werd een fiasco.
De Nederlandse regering besloot daarop de Toegoenezen te repatriëren. De dankdienst van 12 augustus 1967 in Slootwijk, de ‘pengutjapan sukur’ luidde het einde in van de Toegoenese gemeenschap uit  Nieuw-Guinea.
In Nederland werden de Toegoe-gezinnen verspreid gehuisvest in Apeldoorn, Deventer, Zevenaar, Enschede, Zutphen, Hoogeveen, Groningen en Amsterdam.
Sinds 1966 mogen de Toegoenezen zich Nederlander noemen. Na de herstelde
betrekkingen tussen Nederland en Indonesië konden ook de Toegoenezen de
contacten met de in Indonesie gebleven Toegoenezen hervatten.